Vaccineren en titeren bij honden: deel 2: Volwassen honden

Gepubliceerd op 6 september 2026 om 16:37

Bij een volwassen hond is de uitgangssituatie heel anders dan bij een pup. Een succesvol geïmmuniseerde hond begint niet bij iedere hervaccinatie opnieuw bij nul. Zijn afweersysteem kan circulerende antistoffen én immunologisch geheugen hebben opgebouwd. De relevante vraag wordt daarom: welke bescherming heeft deze hond nog, welk infectierisico loopt hij en wat voegt een nieuwe vaccinatie op dit moment toe? 

Het immuunsysteem is meer dan antistoffen

Als we het over vaccineren hebben, gaat het al snel alleen over antistoffen. Maar het immuunsysteem bestaat uit veel meer onderdelen die met elkaar samenwerken.

Een ziekteverwekker moet allereerst langs de barrières van het lichaam zien te komen, zoals huid en slijmvliezen. Lukt dat, dan komt de snelle, aangeboren afweer in actie. Die hoeft de ziekteverwekker niet eerder te hebben gezien. Daarna kan de veel specifiekere verworven afweer volgen, waarbij onder andere antistoffen en geheugencellen een rol spelen (via vaccin of aanraking met ziekte).

Dat verklaart ook waarom besmet raken niet hetzelfde is als ziek worden. Een hond kan met een virus of bacterie in aanraking komen terwijl zijn afweer de infectie al onder controle krijgt voordat er duidelijke ziekteverschijnselen ontstaan.

Verdedigingslaag Uitleg
Huid en lokale afweer Onze huid wordt vaak de eerste verdedigingslinie genoemd. In en onder de huid bevinden zich onder andere dendritische cellen, macrofagen en andere immuuncellen die lichaamsvreemde structuren kunnen herkennen.
De aangeboren afweer Daarna komt de aangeboren afweer in actie. Dit is de snelle eerste reactie van het lichaam op een indringer. Het mooie daarvan is dat het immuunsysteem een bepaald ziekte niet eerder hoeft te zijn tegengekomen. Cellen herkennen dat er iets niet klopt en geven waarschuwingssignalen af. Daardoor worden andere cellen als het ware in een verhoogde staat van paraatheid gebracht en komen verschillende afweercellen in actie. Het doel is vooral om te voorkomen dat bijvoorbeeld een virus zich gemakkelijk kan vermenigvuldigen en verder door het lichaam verspreidt.
De verworven, adaptieve afweer Vervolgens komt de verworven afweer op gang (door natuurlijke blootstelling of vaccin). Deze reactie komt wat langzamer op gang, maar is veel gerichter. Het lichaam leert als het ware welke indringer het voor zich heeft en maakt antistoffen die specifiek bij dit virus passen.

De vierde laag: veerkracht: de basis waarop de afweer functioneert

Hoe goed een hond met een infectie omgaat, wordt niet alleen bepaald door de aanwezigheid van specifieke antistoffen. Ook zijn algemene conditie speelt mee. Leeftijd, voedingstoestand, voldoende eiwitten en micronutriënten, slaap en herstel, beweging, stress, darmgezondheid, eventuele chronische aandoeningen en medicatie kunnen allemaal invloed hebben op het functioneren van het immuunsysteem.

Deze veerkracht voorkomt niet dat een hond besmet raakt en vervangt ook geen specifieke immuniteit tegen een ziekteverwekker. Maar ze kan wel mede bepalen hoe goed het lichaam op een infectie reageert en hoe ernstig een hond uiteindelijk ziek wordt.

Kortom: het gaat om de algehele weerbaarheid van het hond. Niet alleen om een immuunsysteem dat snel en adequaat reageert, maar ook om een lichaam dat de reactie kan reguleren, schade kan beperken en goed kan herstellen. En aan een gezonde hond werk je dagelijks!

Titeren (of titreren officieel): waar kan het voor?

Parvo (CPV)
Komt nog voor en besmetting via de omgeving is mogelijk. Vooral bij pups en onbeschermde honden kan parvo zeer ernstig verlopen. Titreren: ja.

Hondenziekte / distemper (CDV)
Komt in Nederland weinig voor, maar is niet verdwenen. Ook wilde carnivoren kunnen een rol spelen. Kan ernstig verlopen met neurologische schade en sterfte. Titreren: ja.

Adenovirus / hepatitis (CAV/HCC)
Tegenwoordig zeldzaam in Nederland, maar kan ernstig verlopen. Titreren: ja.

Leptospirose / ziekte van Weil
Risico hangt onder andere samen met knaagdieren, urine en besmet water. Kan ernstige nier- en leverschade veroorzaken. Titreren: nee.

Kennelhoest
Komt relatief veel voor waar honden intensief samenkomen. Verloopt bij gezonde honden meestal mild, maar kan bij kwetsbare dieren complicaties geven. Titreren: nee.

Rabiës
Bij Nederlandse huishonden zeer laag risico, maar relevant bij reizen en import. Vrijwel altijd dodelijk zodra ziekteverschijnselen ontstaan. Antistoffen zijn meetbaar, maar een titer vervangt de wettelijk vereiste vaccinatie niet.

*Een lage of negatieve titer bewijst niet automatisch dat al het immunologische geheugen verdwenen is. Een dier kan nog steeds beschermd zijn door via een geheugen van de cellen.

DHP: langdurige bescherming en de rol van titeren

Distemper (Hondenziekte), Hepatitis (Adenovirus) en Parvo zijn ernstige ziekten waarvoor de beschikbare vaccins een krachtige en langdurige immuniteit kunnen opwekken. De KNMvD geeft aan dat voor de individuele volwassen hond een titerbepaling voor Parvo, Hondenziekte (Distemper) en Hepatitis (Adenovirus) een alternatief kan zijn voor hervaccinatie. Daarmee kan worden voorkomen dat alleen op basis van een kalender opnieuw wordt gevaccineerd terwijl aantoonbare bescherming nog aanwezig is.

In deel 1 heb je ook kunnen lezen dat het juist heel zinvol is om al met titeren te beginnen bij de pup, zodat het juiste moment van vaccinatie bepaald kan worden.

Leptospirose: een andere categorie

Leptospirose (Weil) wordt veroorzaakt door Leptospira-bacteriën met verschillende stammen. De Nederlandse veterinaire RIVM-richtlijn vermeldt dat vaccins beschikbaar zijn. Die vaccins geven geen universele bescherming tegen iedere mogelijke Leptospira (er zijn verschillende stammen). Bovendien is de beschermingsduur korter dan bij DHP en is een gewone antistoftiter niet geschikt om te bepalen of hervaccinatie nodig is. Daarom hoort bij leptospirose een persoonlijk afweging: hoe groot is de kans op blootstelling van de individuele hond.

Kennelhoest: vaccinatie betekent niet dat de hond niet meer besmet wordt

Kennelhoest is geen enkelvoudige ziekte maar een respiratoir ziektecomplex (CIRDC) waaraan verschillende bacteriën en virussen kunnen bijdragen. Vaccins richten zich tegen een deel van die verwekkers. Een gevaccineerde hond kan dus nog steeds kennelhoest krijgen.

Bij een gezonde volwassen hond verloopt kennelhoest meestal mild. Dat maakt de risico-batenafweging anders dan bij parvo. Pups, kwetsbare oudere honden en honden met verminderde weerstand kunnen wel ernstiger ziek worden; longontsteking is een mogelijke complicatie.

Bijwerkingen van vaccinaties: ook die horen bij de afweging

Vaccinaties kunnen bescherming bieden tegen ernstige infectieziekten, maar het blijven medische interventies. Dat betekent dat er naast voordelen ook bijwerkingen kunnen optreden.

Over acute bijwerkingen van vaccinaties weten we relatief veel, omdat een reactie kort na vaccinatie redelijk goed kan worden geregistreerd. Bijvoorbeeld pijn of zwelling op de injectieplaats, vermoeidheid, minder eetlust, lichte koorts en soms braken of diarree. Allergische reacties zoals zwelling van de snuit, galbulten of een ernstige acute allergische reactie (anafylaxie) komen veel minder vaak voor. Maar er geldt ook dat bijwerkingen waarschijnlijk niet allemaal worden gemeld. Daardoor is het lastig om precies vast te stellen hoe vaak ze werkelijk voorkomen. 

Mogelijke langetermijneffecten zijn veel moeilijker te onderzoeken. Wanneer een aandoening pas maanden of jaren later ontstaat, spelen ondertussen talloze andere factoren mee.

Niet iedere hond heeft hetzelfde risico

Opvallend is dat het risico op een vaccinreactie niet voor iedere hond gelijk is. Een zeer groot Amerikaans onderzoek uit 2023, gebaseerd op ruim 4,6 miljoen honden, vond duidelijke verschillen tussen rassen en lichaamsgewicht. Kleine honden hadden relatief vaker een geregistreerde acute reactie. Dit heeft mogelijk te maken met de vaccindosis. Een kleine hond krijgt in principe dezelfde dosis als een grote hond. Ook het aantal vaccinaties dat tijdens hetzelfde bezoek werd toegediend speelde een rol: vooral kleine honden die meerdere vaccins tegelijk kregen hadden een verhoogd risico. Ook ras en genetische aanleg lijken een rol te spelen.

Dat is relevant voor de afweging. Als je besluit om je hond te laten vaccineren:  geef ze dan niet allemaal op dezelfde dag. DHP wordt doorgaans in 1 vaccin gegeven, maar vaccineer dan niet ook nog eens tegen Weil, Kennelhoest en Rabies op die dag. En overweeg allereerst of die aanvullende vaccins wel nodig zijn. 

Extra aandacht voor de vaccinatie tegen leptospirose (ziekte van Weil)

Het leptospirosevaccin verdient daarbij aparte aandacht. Oudere leptospirosevaccins beschermden tegen twee serogroepen (L2). Later kwamen vaccins beschikbaar die tegen vier serogroepen zijn gericht (L4), om de bescherming te verbreden.

Na de introductie van het L4-vaccin in 2012 ontstonden signalen voor een toename van gemelde bijwerkingen. De EMA signaleerde onder andere meldingen van anafylaxie en zeer zeldzame immuungemedieerde aandoeningen, waarna de productinformatie werd aangepast. Ook latere Britse gegevens laten consequent een hogere meldingsfrequentie zien voor L4 dan voor L2. Een melding na vaccinatie bewijst niet automatisch causaliteit, maar het verschil is wel relevant bij een individuele risico-batenafweging.

Daar komt bij dat de afweging bij leptospirose anders is dan bij DHP. Het vaccin beschermt niet tegen iedere mogelijke Leptospira-variant, de beschermingsduur is relatief kort en met een titertest kunnen we niet op dezelfde manier als bij DHP bepalen of een individuele hond nog beschermd is.

Daarom vind ik het juist bij dit vaccin belangrijk om niet automatisch te vaccineren omdat het 'weer tijd is', maar het individuele risico mee te wegen. Zwemt de hond veel in oppervlaktewater? Komt hij veel in aanraking met sloten, modder, ratten of andere knaagdieren? Hoe groot is het lokale besmettingsrisico? Hoe oud en gezond is de hond? Heeft hij eerder op een vaccinatie gereageerd? En hoeveel extra bescherming levert vaccinatie in deze situatie op?

Hoe zit het met 'stapeling' van vaccins?

Vaccins en geregistreerde combinaties worden door de fabrikant zelf onderzocht op veiligheid. Dat is echter niet hetzelfde als langlopend onderzoek naar de totale vaccinbelasting van een hond die gedurende tien tot vijftien jaar tegen steeds meer aandoeningen wordt gevaccineerd. Er is eigenlijk weinig onderzoek beschikbaar over mogelijke langetermijneffecten van alle vaccins bij elkaar over een heel hondenleven.

Risico tegen risico afwegen

De vraag moet steeds zijn: Hoe groot is voor deze hond het risico van de ziekte en de mogelijke gevolgen daarvan, hoeveel bescherming biedt het vaccin, hoe groot zijn de bekende én minder goed onderzochte nadelen van vaccineren, en is vaccinatie op dit moment daadwerkelijk nodig?

Bij DHP hebben we daarbij een belangrijk extra hulpmiddel: we kunnen bestaande antistoffen meten. Bij leptospirose en kennelhoest kan dat niet op dezelfde manier. Daardoor kan de uiteindelijke afweging per vaccin heel verschillend uitvallen.

Voor mij is dát de kern van vaccineren op maat: per hond en per ziekte kijken welke keuze op dat moment de beste verhouding tussen risico en bescherming geeft.

Hoeveel onzekerheid wil je zelf accepteren?

Uiteindelijk bestaat er geen keuze zonder risico. Vaccineren kan bijwerkingen geven en biedt niet tegen iedere ziekte 100% bescherming. Niet vaccineren kan betekenen dat een hond een infectie oploopt die door vaccinatie mogelijk voorkomen of minder ernstig had kunnen verlopen.

Naast het risico van de hond speelt daarom ook jouw persoonlijke omgang met risico en onzekerheid een rol. De ene eigenaar voelt zich prettiger bij zo veel mogelijk preventieve bescherming, ook wanneer de kans op blootstelling klein is. Een ander wil juist zo min mogelijk medische interventies toepassen en accepteert daarvoor een wat groter infectierisico.

Een goede risico-batenafweging bestaat daarom uit drie vragen: wat is het risico van de ziekte, wat zijn de voor- en nadelen van het vaccin, en met welke resterende onzekerheid voel ik mij als eigenaar comfortabel?

Maar maak een bewuste afweging! Niet voor de stempel in het vaccinatieboekje, maar voor de gezondheid van je dier.

Een individuele afweging

Een afweging zou dus kunnen bestaan uit de volgende vragen:

  • Hoe groot is de kans dat mijn hond met deze ziekteverwekker in aanraking komt?
  • Hoe ernstig kan de ziekte bij mijn hond verlopen? Speelt leeftijd, gezondheid of kwetsbaarheid daarbij een rol?
  • Hoe goed beschermt het vaccin? Voorkomt het infectie, voorkomt het vooral ernstige ziekte of vermindert het alleen de klachten?
  • Hoe volledig is die bescherming? Beschermt het vaccin tegen alle relevante varianten van de ziekteverwekker of slechts tegen een deel daarvan?
  • Hoe lang houdt de bescherming aan?
  • Welke bescherming heeft mijn hond waarschijnlijk al door eerdere vaccinatie of natuurlijke blootstelling?
  • Kan ik die bestaande bescherming betrouwbaar meten, zoals bij DHP?
  • Wat weten we over de bijwerkingen van dit specifieke vaccin? En wat weten we juist nog níét, bijvoorbeeld over langetermijneffecten?
  • Heeft mijn hond factoren die het risico op een vaccinreactie kunnen vergroten? Denk aan eerdere reacties, leeftijd, lichaamsgewicht, gezondheid of medicijngebruik.
  • Moeten verschillende vaccinaties tegelijkertijd worden gegeven, of kunnen ze zo nodig worden gespreid?
  • Welke extra bescherming levert deze vaccinatie mijn hond nú daadwerkelijk op?
  • Wat is het risico als ik besluit nu niet te vaccineren?
  • Kan ik dat risico op andere manieren verkleinen? Bijvoorbeeld door tijdelijk bepaalde blootstelling te vermijden.
  • En ten slotte: met welke resterende onzekerheid voel ik mij zelf comfortabel? Vind ik een kleine kans op een ernstige infectie moeilijker te accepteren, of weegt voor mij het vermijden van een mogelijk onnodige medische interventie zwaarder?

 M A R J O N

Bronnen bij deel 2

  • KNMvD – Consensus vaccineren en serologisch testen (titeren) en dossier Vaccineren
  • LICG – Titeren en vaccineren en Vaccinatie van de hond
  • RIVM/LCI – Leptospirose – veterinaire informatie
  • WSAVA (2024) – Guidelines for the Vaccination of Dogs and Cats
  • Moore et al. (2023) – onderzoek naar acute bijwerkingen na vaccinatie bij ruim 4,6 miljoen honden
  • Moore et al. (2005) – onderzoek naar vaccinreacties, lichaamsgewicht en het gelijktijdig geven van meerdere vaccins
  • Yao et al. (2015) – onderzoek naar bijwerkingen na vaccinatie met en zonder leptospirosecomponent
  • Veterinary Medicines Directorate (VMD, UK) – farmacovigilantiegegevens over bijwerkingen van L2- en L4-leptospirosevaccins

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.