Omega 3 voor paarden

Gepubliceerd op 29 juni 2026 om 19:19

Lijnzaadolie | Visolie | Algenolie: Waarom of waarom niet?

Regelmatig hoor je dat omega 3 een waardevolle aanvulling is voor paarden. Lijnzaadolie, visolie en algenolie worden allemaal als bron van omega 3 aangeboden. Maar is dat eigenlijk logisch? En welke vorm van omega 3 past het beste bij een paard?

Tijd voor wat verdieping op omega 3 en de supplementen.

Hebben paarden omega 3 nodig?

Ja, paarden hebben omega 3 nodig, maar het antwoord is genuanceerder dan vaak  wordt gedacht.

Omega 3-vetzuren zijn essentiële vetzuren. ‘Essentieel’ betekent dat een paard ze niet zelf kan maken en ze via de voeding moet opnemen.

Ze zijn onder andere belangrijk voor:

  • de opbouw van celmembranen
  • de regulatie van ontstekingsprocessen
  • huid en vacht
  • voortplanting
  • de ontwikkeling van het zenuwstelsel bij veulens

Het natuurlijke dieet van een paard bevat zowel omega 3 als omega 6. Vers gras bevat van nature aanzienlijk meer omega 3 (ALA) dan omega 6. Tijdens het drogen tot hooi gaat een deel van de omega 3 verloren, waardoor die gunstige verhouding afneemt. Door het voeren van grotere hoeveelheden granen, krachtvoer of bepaalde plantaardige oliën kan de natuurlijke verhouding ook verschuiven.

Maar welk type omega 3?

Niet alle omega 3-vetzuren zijn hetzelfde. Er bestaan verschillende vormen van omega 3, die elk een andere rol spelen in het lichaam.

De belangrijkste zijn:

  • ALA (alfa-linoleenzuur): de plantaardige vorm van omega 3, die voorkomt in onder andere vers gras, kruiden en lijnzaad.
  • EPA (eicosapentaeenzuur) en DHA (docosahexaeenzuur): deze komen van nature voor in vis en bepaalde algen.

ALA is niet alleen een omega 3-vetzuur, maar ook de voorloper van EPA en DHA. Zowel mensen als paarden kunnen ALA in het lichaam omzetten naar EPA en DHA. Die omzetting vindt voornamelijk plaats in de lever.

Omzetting: een belangrijk verschil tussen mens en paard

Bij mensen is bekend dat de omzetting van ALA naar EPA en vooral DHA relatief beperkt is. Daarom kiezen veel mensen ervoor om EPA en DHA rechtstreeks binnen te krijgen via vette vis of een supplement met vis- of algenolie.

Bij paarden is die situatie minder duidelijk. We weten dat paarden zich gedurende miljoenen jaren hebben ontwikkeld op een dieet van verse grassen en kruiden. Deze bevatten vooral ALA en vrijwel geen directe bronnen van EPA en DHA. De EPA en DHA die een paard in zijn lichaam heeft, moeten dus grotendeels uit ALA worden gevormd.

Dat suggereert dat ALA voor paarden de natuurlijke bron van omega 3 is. Hoe efficiënt paarden ALA omzetten naar EPA en DHA en of deze omzetting onder alle omstandigheden voldoende is, is echter nog onvoldoende onderzocht. Ook is nog niet duidelijk of gezonde paarden baat hebben bij een aanvullende bron van EPA en DHA, bijvoorbeeld uit vis- of algenolie. Op dit moment is daarvoor geen overtuigend wetenschappelijk bewijs.

De omzetting van ALA naar EPA en DHA vindt voornamelijk plaats in de lever. Een gezonde lever is daarom een belangrijke voorwaarde voor dit proces. Daarnaast zijn ook de betrokken enzymen en verschillende voedingsstoffen van invloed op de efficiëntie van de omzetting. Over hoe dit proces precies verloopt bij paarden is nog relatief weinig bekend.

Gekeken vanuit evolutie

Als ik kijk naar een mens of dier, vind ik het belangrijk om eerst te kijken waar het lichaam evolutionair gezien voor is ‘ontworpen’. De evolutie van het paard gaat ruim 50 miljoen jaar terug. In die tijd ontwikkelde het zich als grazend kuddedier, levend van een grote variatie aan verse grassen en kruiden. Hun vetzuurvoorziening was dus miljoenen jaren gebaseerd op verse planten, niet op vis of algen.

Pas in de laatste paar duizend jaar is de mens invloed gaan uitoefenen op de voeding, huisvesting en het gebruik van paarden. Evolutie is geen bewijs dat iets optimaal is, maar het geeft wel een belangrijk uitgangspunt wanneer we willen begrijpen waar de stofwisseling van een dier op is afgestemd. Vanuit dat perspectief is het interessant om bij voedingsvragen eerst te kijken naar wat een paard van nature at en waar zijn stofwisseling zich gedurende miljoenen jaren op heeft aangepast. Wilde paarden en vrij levende paarden eten:

  • gras
  • kruiden
  • bladeren | takken

Paarden hebben zich dus evolutionair miljoenen jaren op dit dieet ontwikkeld. Dat suggereert dat hun behoefte aan EPA en vooral DHA waarschijnlijk relatief laag is, of dat ze voldoende kunnen maken voor hun fysiologische behoeften.

Het dieet van paarden bevat van nature veel omega 3 in de vorm van ALA en relatief weinig omega 6. Het is dus waarschijnlijk niet zozeer een kwestie van meer omega 3 geven, maar van zorgen dat het rantsoen weer meer lijkt op hun natuurlijke voeding. Dat kan bijvoorbeeld door kritisch te kijken naar de hoeveelheid granen en andere omega 6-rijke ingrediënten in het rantsoen.

Waarom wordt er dan toch gesproken over het toevoegen van algenolie of visolie?

Er zijn studies die kijken of directe toediening van DHA uit voordelen kan hebben, bijvoorbeeld voor:

  • ontstekingsprocessen
  • vruchtbaarheid
  • sportpaarden

Sommige onderzoeken naar aanvullende EPA- en DHA-suppletie bij paarden laten veelbelovende resultaten zien. De vraag is echter waardoor deze effecten precies worden veroorzaakt. Is het de extra EPA en DHA zelf die het verschil maken, of ontstaat het effect doordat de verhouding tussen omega 3- en omega 6-vetzuren gunstiger wordt? Op dit moment is daar nog geen eenduidig antwoord op. Mogelijk spelen beide factoren een rol.

Voor de meeste paarden blijft daarom een rantsoen met voldoende ALA uit vers gras of eventueel aanvullend uit lijnzaad de meest logische en best onderbouwde basis. Alleen in specifieke situaties zoals voor paarden met chronische ontstekingen of specifieke aandoeningen kan gekeken worden naar hogere innames van omega 3, maar daarvoor is het wetenschappelijke bewijs nog niet sterk genoeg om algemene aanbevelingen te doen. 

Waarom liever lijnzaad dan lijnzaadolie?

Lijnzaadolie bevat uitsluitend het vet uit lijnzaad. Gemalen lijnzaad levert naast ALA ook vezels, eiwitten en andere bioactieve stoffen. Vanuit het idee om de natuurlijke voeding van een paard zoveel mogelijk te benaderen, ligt lijnzaad daarom meer voor de hand dan een geïsoleerde olie. Lijnzaadolie is bovendien gevoeliger voor oxidatie dan hele lijnzaden. Door hele lijnzaden vlak voor het voeren zelf te malen, blijven de vetzuren beter beschermd.

Take aways

  • Er is op dit moment onvoldoende bewijs dat gezonde paarden standaard EPA of DHA uit vis- of algenolie nodig hebben. Vanuit een evolutionair perspectief ligt een voeding rijk aan ALA bovendien meer voor de hand.
  • De rijkste natuurlijke bronnen van omega 3 (ALA) voor paarden zijn vers gras, jonge kruiden, verse klaver en jonge bladeren. Hooi bevat ook ALA, maar aanzienlijk minder dan vers groen.
  • Krijgt een paard weinig vers groen? Dan is 50-100 gram versgemalen lijnzaad per dag een logische manier om ALA aan te vullen. Je hoeft deze hoeveelheden niet te koken. Koop hele lijnzaad en maal ze zelf net voordat je ze aan je paard geeft.
  • Kijk niet alleen naar omega 3, maar ook naar de hoeveelheid omega 6 in het totale rantsoen.

Misschien is de belangrijkste vraag dus niet: ‘Hoe voeg ik meer omega 3 toe?’, maar: ‘Hoe kan ik het rantsoen weer meer laten lijken op dat waar een paard zich gedurende miljoenen jaren op heeft ontwikkeld?’

 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.